Rasspecifiek Fokreglement
Drentsche Patrijshond
Verlenen van een ‘Keurmerk’ aan
Rasverenigingen en Rashondenfokkers

 

Rasspecifiek fokreglement voor
rasverengingen en rashondenfokkers
onder auspiciën van de

RAAD VAN BEHEER OP KYNOLOGISCH GEBIED
IN NEDERLAND

ALGEMEEN

    1. Het Rasspecifiek Fokreglement voor het ras Drentsche Patrijshond beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Drentsche Patrijshond zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de rasvereniging voor de Vereniging Drentsche Patrijshond. Dit Rasspecifiek Fokreglement is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de Vereniging De Drentsche Patrijshond op (datum). Inhoudelijke aanpassingen van dit Rasspecifiek Fokreglement kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de Vereniging De Drentsche Patrijshond.
    2. Dit Rasspecifiek Fokreglement geldt voor alle gecertificeerde fokkers van de rasverenging de Vereniging Drentsche Patrijshond.
    3. De definities en regelgeving zoals deze zijn vastgesteld in het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland zijn ook van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement.
    4. Voor de gecertificeerde rasverenigingen zijn de regels voor certificering van rasverenigingen en rashondenfokkers van toepassing zoals deze in het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied op dit Rasspecifiek Fokreglement zijn opgenomen.

FOKREGELS

    1. Verwantschap: beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie   staan als:
      a.       ouder x kind;
      b.       broer x zuster;
      c.       halfbroer x halfzuster.
    2. Herhaalcombinaties: de combinatie van dezelfde oudercombinatie is toegestaan, nadat 70% van het nest, exclusief de ouderdieren, op de fokdag van de Vereniging De Drentsche Patrijshond is beoordeeld en een positieve beoordeling heeft gekregen van de keurmeester.
    3. Minimum leeftijd reu: de minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 18 (achttien) maanden zijn.
    4. Aantal dekkingen: een reu mag, zowel per jaar als in zijn hele leven een onbeperkt aantal nesten voortbrengen.
    5. Cryptorchide en monorchide: cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
    6. Gebruik buitenlandse dekreuen: wanneer een Nederlandse gecertificeerde fokker voor een dekking een dekreu gebruikt die in het stamboek van een buitenlands door de FCI erkend stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu voldoen aan de eisen die in dat land voor die betreffende dekreu van toepassing zijn. De controle of de dekreu aan de eisen van dit fokreglement voldoet is een verantwoordelijkheid van de fokker.

2.7      Kunstmatige inseminatie (sperma van levende Nederlandse dekreuen): als een gecertificeerde fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een in het N.H.S.B. ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in het N.H.S.B. ingeschreven dekreu betreft.

    1. Kunstmatige inseminatie (sperma van levende buitenlandse dekreuen): als een gecertificeerde fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven dekreu betreft.

2.9           Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen): als een gecertificeerde fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een overleden dekreu, dan gelden daarvoor de regels alsof het sperma betreft van een nog in leven zijnde dekreu, hetzij dat deze is ingeschreven in de Nederlandse stamboekhouding, hetzij dat deze is ingeschreven in een door de FCI erkend buitenlands stamboek.

  1. WELZIJNSREGELS
    1. Minimum leeftijd teef: de teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan 24 (vierentwintig) maanden.
    2. Maximum leeftijd teef: de teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij 96 (zesennegentig) maanden oud wordt.
    3. Maximum leeftijd 1e dekking teef: de teef mag bij de dekking voor het eerste nest niet ouder zijn dan 72 (tweeënzeventig) maanden.
    4. Periodiciteit nesten: een teef mag in een periode van 24 (vierentwintig) maanden maximaal 2 (twee) nesten hebben, waarbij de periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal 10 (tien) maanden moet zijn. De periode van 24 (vierentwintig) maanden start op de datum waarop de dekking voor het eerste van de 2 (twee) binnen deze periode geboren nesten heeft plaatsgevonden.
    5. Aantal nesten: een teef mag gedurende haar leven in Nederland maximaal 5 (vijf) nesten krijgen.

GEZONDHEIDSREGELS

    1. Gezondheidsonderzoek ouderdieren: gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
    2. Herbeoordeling en/of heroverweging: als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.
    3. Verplichte onderzoeken: met inachtneming van de artikelen 4.1. en 4.2. moeten de ouderdieren worden onderzocht op:
      a.      heupdysplasie;
      b.      als erfelijk beschouwde oogafwijkingen (zie 4.5. en 4.6.).
    4. Heupdysplasie: Het is uitsluitend toegestaan te fokken met ouderdieren die de volgende HD uitslag hebben:
      a.      HD A (HD-) X HD A (HD-);
      b.      HD A x HD B (HDTc);
      c.      HD B x HD B;
      d.      HD A x HD C (HD+/-);
      e.      HD B x HD C, mits bij minstens één van de beide ouderdieren de botafwijking “0” bedraagt.
    5. Als erfelijk beschouwde oogaandoeningen: Het is uitsluitend toegestaan te fokken met ouderdieren die de beoordeling “vrij” van erfelijk beschouwde oogaandoeningen hebben. De beoordeling moet binnen 12 (twaalf) maanden voorafgaand aan de datum van de dekking hebben plaatsgevonden. Na de dag waarop de ouderdieren (5) vijf jaar oud zijn geworden, volstaat één onderzoek, met de beoordeling “vrij” van erfelijk beschouwde oogaandoeningen.
    6. Distichiasis: Een uitzondering op artikel 4.5. geldt voor distichiasis. Aan de uitslag van het onderzoek op distichiasis zijn voorlopig geen fokbeperkende maatregelen verbonden.       
      Toelichting: De redenen hiervan zijn dat de erfelijkheid van deze aandoening nog niet vast staat, de klinische gevolgen bij het ras in het algemeen beperkt zijn en de beperkte populatiegrootte van het ras een te grote selectiedruk niet toestaat.
    7. Erfelijke afwijkingen: ouderdieren die in drie verschillende combinaties nakomelingen hebben met eenzelfde erfelijke afwijking moeten worden teruggetrokken uit de fokkerij.
    8. Epilepsie: Honden die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet. Een combinatie wordt niet herhaald, indien in een eerder nest van deze combinatie epilepsie is geconstateerd. Directe nakomelingen en nestgenoten van lijders zijn tot en met het derde levensjaar uitgesloten van de fokkerij. Wanneer een reu of teef in drie verschillende combinaties één of meer nakomelingen heeft die lijden aan epilepsie, wordt het betreffende dier uitgesloten voor de fokkerij.
  1. GEDRAGSREGELS
    1. Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.
    2. Gedragstest: voor de inzet van de fokkerij is het voor Drentsche Patrijshonden niet verplicht dat de beide ouderdieren een gedragstest afleggen.
  1. EXTERIEURREGELS
    1. Kwalificatie: de beide ouderdieren moeten,  hebben deelgenomen aan door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde tentoonstellingen, door de rasvereniging georganiseerde (kampioenschap)clubmatches of fokgeschiktheidskeuringen georganiseerd door de rasvereniging en daar tweemaal de kwalificatie “Zeer Goed” of “Uitmuntend” hebben behaald, toegekend door 2 (twee) verschillende voor het ras bevoegde Nederlandse exterieurkeurmeesters
      of
      hebben deelgenomen aan door de rasvereniging georganiseerde (kampioenschap)clubmatches of fokgeschiktheidskeuringen en daar eenmaal minimaal de kwalificatie “Zeer Goed” hebben behaald , toegekend door een voor het ras bevoegde Nederlandse exterieurkeurmeester en een Certificaat gelijkwaardig aan een KNJV-C-diploma hebben behaald dat is afgenomen door de gebruikshondencommissie van de vereniging “De Drentsche Patrijshond” of tenminste een officieel KNJV-C-diploma hebben behaald
      of
      hebben deelgenomen aan door de rasvereniging georganiseerde (kampioenschap)clubmatches of fokgeschiktheidskeuringen en daar eenmaal minimaal de kwalificatie “Zeer Goed” hebben behaald, toegekend door een voor het ras bevoegde Nederlandse exterieurkeurmeester en tenminste een kwalificatie “Goed” in de openklas, novice of jeugdklas van een onder auspiciën van ORWEJA georganiseerde voorjaar- of najaarsveldwedstrijd.
  2. REGELS AFGIFTE PUPS
    1. Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort.
    2. Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 7 (zeven) weken.
  3. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
    1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Raad van Beheer in overleg met het bestuur van de rasvereniging.
    2. Tegen beslissingen van de rasvereniging en/of de Raad van Beheer, waarbij een belanghebbende rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen staat bezwaar en beroep open bij de Commissie Certificering respectievelijk de Geschillencommissie voor de Kynologie, overeenkomstig het bepaalde in het reglement betreffende de Geschillencommissie voor de Kynologie
    3. Als voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de Raad van Beheer, in overleg met het bestuur van de rasvereniging, zorg voor aanvulling van dit Rasspecifiek Fokreglement.
    4. Zowel door de Raad van Beheer als door de rasvereniging kunnen ten aanzien van dit reglement wijzigingen worden voorgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering van de rasvereniging of van een in de statuten en huishoudelijk reglement van de rasvereniging anders bepaald orgaan of anders bepaalde commissie en van de portefeuillehouder Certificering van het bestuur van de Raad van Beheer.
    5. Dit reglement is niet van toepassing op de inschrijving van honden die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
    6. Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.
  4. INWERKINGTREDING
    1. Dit Rasspecifiek Fokreglement treedt per direct in werking. De voorlopige uitgifte van het ‘Keurmerk’ wordt bepaald door het tijdstip waarop de rasvereniging een convenant sluit met de Raad van Beheer en waar dit Rasspecifiek Fokreglement onderdeel van uitmaakt.

    Naar boven